NK Poetry Slam

Laura van der Haar blogt over WK Poetry Slam

Comic Sans kom je niet slechts tegen in gestencilde clubbladen of op Sinterklaasgedichtenwebsites. Nee, tegenwoordig ook - op groot scherm - op het Wereldkampioenschap Poetry Slam in Parijs. Ik was daar vorige maand om Nederland te representeren. Daarin faalde ik in de eerste ronde al glansrijk, maar dat maakte de week er geen spat minder om.

Iedereen droeg voor in zijn eigen taal, waarbij synchroon met de zinnen op groot scherm de vertaling in zowel het Frans als het Engels verscheen. De franstalige organisatie bediende de PowerPointpresentaties voor de volgende slide, met als resultaat dat bijvoorbeeld Rusland, Finland en Duitsland halverwege hun voordracht al voor een gigantisch Windows-bureaublad stonden. Einde diashow. Bij Spanje en Israël daarentegen moest aan het einde van de voordracht nog even snel twintig slides verder geklikt worden. Vergeleken met de professionele organisatie van het Nederlands Kampioenschap werd hier duidelijk met de Franse slag in het achterhoofd gewerkt, maar dat was direct ook de charme van het geheel.

Een man in een zilveren broek die zichzelf Pilote le Hot noemt ('Hot' sloeg naar mijn mening voornamelijk op heetgeblakerd, want hij kon prachtig ontploffen) organiseerde alles, en met alles bedoel ik: het wereldkampioenschap, maar ook het nationale kampioenschap, de haiku-slam, de Olympische slam, de gesproken rockslam, de bekende filmsterrenslam, de surpriseslam én de crisisslam. Tegelijkertijd. En daarnaast ook nog het eten voor iedereen, drie maal daags, zelf
gekookt. En trouwens ook de apparatuur, de jury en onze gids die, zo riep hij ons toe over het plein, nog met Edith Piaf geneukt had!
‘Ja!’ brulde Pilote over de hoofden van alle terrasbezoekers, ‘geneukt!’
De gelukkige wuifde ons (kalfslederen handschoenen, open vingers) gespeeld besmuikt de stad door.

De deelnemers kwamen overal vandaan: Congo, Brazilië, Roemenië, Gabon, Rusland. En de smeltkroes was eigenlijk nog exotischer dan je op het eerste gezicht meekreeg, want een Texaans meisje kwam bijvoorbeeld Schotland vertegenwoordigen en een Jordaniër deed Duitsland. Een Zuid-Afrikaanse kwam uit voor Amerika. Een meisje uit Singapore voor het Verenigd Koninkrijk. Oja en Zweden was eigenlijk Hongaars en ook België was nog iets anders.

Sommige voordrachten waren achterlijk goed (vooral gelet op de voordracht zelf, het ritme, het tempo). Dat van Spanje bijvoorbeeld, die het publiek een potje woordpingpong voorschotelde met P-woorden. Spaans klinkt van zichzelf al zo lekker rakketak, maar dit was werkelijk afmattend (in positieve zin) om naar te luisteren én kijken: hij bleef maar woorden de zaal in meppen - de zaal die hem op zijn beurt naar een paar tienen van de jury klapte (hij won helaas niet). Ook Canada maakte indruk, maar misschien wel vooral buíten het podium, met zijn vieze haiku’s (Rocky Balboa / not in my face / but in the eye of the tiger). Op commando strooide hij ze voor iedereen die maar wilde horen uit, of hij verzon ze waar je bij stond. Een goede tip overigens voor een verloren middag: "dirty haiku" intoetsen op Google.
Zweden introduceerde zeepaardjes als metafoor voor zijn gedoemde relatie. Want zeepaardjes trekken elkaar, wanneer ze de liefde bedrijven, met de staarten ineengeklonken naar de bodem van de zee. En sterven dan soms, vrijend.

‘Laat los idioten!’ schreeuwden hij en zijn geliefde naar de beelden van de natuurdocumentaire (maar vooral ook naar de reflectie van henzelf op het beeldscherm).

Aan een lange tafel op het plein van Centre Culture Rapide, een donker kraakhol en tevens het zenuwcentrum van het WK, werd dagelijks pasta gegeten, couscous, sandwiches, salades. Na de optredens werd dit aangevuld met friet of kebab van de naastgelegen kebabzaak. De habitat van de meeste slammers besloeg een straal van ongeveer 100 meter, waarbinnen enorm veel bier is gedronken. Maar naast bier was de week vooral gedrenkt in poëzie, natuurlijk. Niet alleen tijdens de slamrondes, maar eigenlijk voortdurend was er iets om naar te luisteren of een moment om ergens voor te dragen, mocht je daar behoefte toe voelen. Er waren workshops, lezingen, open podia, voordrachtrondes, er was een vrouwenslam, een jeugdslam, een minigedichtenslam (overal moest je echter wel de Franse taal voor beheersen). Er stonden mensen op sokkels zonder standbeelden, er ontstonden jamsessies en videoslams.

Parijs (een stad bol van positieve clichés waar slobberwijn uit de zelfs meest vuige kraaktent fantastisch is, dames boven de veertig er alleen maar beter uit lijken te gaan zien en de Fransen charmant als de duivel met een baguette onder hun getatoeëerde arm naar huis fietsen) is nóg veel leuker wanneer je er met een doel bent, ontdekte ik. Op de fiets, suizend op weg naar een bonte verzameling slamdichters bijvoorbeeld.

Laura van der Haar