NK Poetry Slam

Daan Zeijen blogt over het WK Poetry Slam

Het is dinsdagmiddag als ik, na een ochtend lesgeven en met de succeswensen van mijn studenten op zak, arriveer in Parijs. Op het station word ik opgewacht door een van de lieve vrijwilligers, die me begeleidt naar Culture Rapide, het WK-hoofdkwartier voor de komende week. Daar wacht een bont gezelschap deelnemers, vrienden en aanhang, journalisten, een filmploeg en mensen van de organisatie.

Al snel wordt de stoet per lijnbus vervoerd naar het stadhuis van het 20e arrondissement, waar het verder aimabele WK-opperhoofd Pilote le Hot zo'n drie kwartier (of korter, waarschijnlijk langer) het woord neemt om zich uit te spreken tegen diva's die te veel aandacht voor zich opeisen zonder rekening te houden met het publiek - dat was grofweg de strekking, geloof ik. De deelnemers (23 stuks, waarvan het merendeel uit Europa, Noord-Amerika en francofoon Afrika) worden een voor een naar voren gevraagd om de trofee even vast te houden (en allemaal tegelijk een gedicht voor te dragen...). Een groep Franse jeugdkampioenen treedt op, er worden broodjes en bananen gegeten, en dan is het tijd om ons te begeven naar het prachtige, zij het niet erg gevulde, theater waar van dinsdag t/m zaterdag het WK plaatsvindt, in drie rondes.


Omdat ikzelf pas op woensdag mijn eerste ronde heb, kan ik de eerste avond rustig wennen aan het bijna ritualistisch verloop van een WK-ronde. Zo'n ronde begint steeds met exact hetzelfde openingswoord van Pilote, het 'willekeurig' kiezen van vaak dezelfde juryleden in het publiek, een groepsknuffel, enzovoort. Daarna is het tijd voor een handvol van de dichters om om de beurt een gedicht voor te dragen (drie stuks per dichter per ronde) van maximaal drie minuten. Bij tijdsoverschrijdingen volgt puntenaftrek, met opnieuw steeds exact dezelfde dialoog tussen Pilote en het publiek ('c'est la loi!' 'nique ta loi!' 'la loi c'est moi!' 'nique toi!' 'ah oooouuuuuiiiii!'). 
Ook andere onderdelen van de wedstrijd zijn voorspelbaar: degene die het spits afbijt, is bij voorbaat kansloos (want de cijfers kruipen gedurende de avond consequent omhoog), de Franstalige dichters kunnen op hoge cijfers rekenen - ook als ze twee dozijn keer het woord 'Solidarité' gebruiken in drie minuten tijd - de powerpointvertalingen zijn van dubieuze kwaliteit en lopen vaak achter, sommige gedichten in vreemde talen komen niettemin hard binnen (Israël, bijvoorbeeld). En het belangrijkst: de dichters die, zoals in Nederland gebruikelijk is, goede gedichten goed brengen zonder al te veel gimmicks zijn op één hand te tellen. Het WK Poetry Slam heeft - behoudens een hoop uitzonderingen - vaak wel wat weg van theater en kleinkunst: heel vermakelijk, en bijna alle deelnemers zijn ontzettend goed in wat ze doen, maar het zijn niet per se de disciplines waar je het NK Poetry Slam mee wint! Ik ga daarom uit van een kansloze uitschakeling.

Die uitschakeling volgt de volgende dag, zij het minder kansloos dan gedacht. Als ik niet de eerste dichter van de avond was geweest, had het nog wel eens spannend kunnen worden. Tegelijkertijd is het de bizarste voordrachtervaring die ik tot nu toe heb meegemaakt. Of het nu de vertaling is, het gevoel voor humor, of dat ik niet over het podium spring: het blijft tijdens mijn gedichten angstaanjagend stil. Uiteindelijk eindig ik als eennalaatste, maar wel vóór (Franssprekend!) Algerije.

Het blijkt een zegen: de rest van de week heb ik mijn handen vrij om te genieten, te lachen, me te verontwaardigen over de juryleden, kippenvel te krijgen en te juichen. Favorieten in de latere rondes zijn onder meer de vertegenwoordigers van Canada (met zijn tragikomische verhalen), Japan (oneliners over de eenzaamheid van inktvissen), Rusland (knuffelbeer met postmoderne dichtersdichten (maar dan leuk)), Duitsland (die zijn gedichten van eigenlijk zes minuten zo snel mogelijk oplas).... Enfin: er zit heel veel moois tussen. Op de finaledag ontstaat de niet geheel verrassende uitslag: 1. Frankrijk, 2. Canada, 3. Rusland. Net als de andere avonden wordt er bier gedronken (voor de helft van de prijs), en als Culture Rapide sluit, verplaatst een klein groepje zich nog naar een plaatselijke kelderbar. Als het vijf uur is en ik aan een wandeling naar het hotel begin - zonsopkomst! - kijk ik met veel genoegen terug op een week vol fantastische ontmoetingen, vrolijke chaos, en een onderdompeling in de vaak totaal verschillende maar vrijwel altijd boeiende verschijningsvormen van de podiumpoëzie.